Legendes

Bij legendarische muzikanten denken de meeste mensen aan artiesten als:
Jimi Hendrix, John Lennon, Elvis Presley, Tupac, Biggie Smalls, Bob Marley en Proof.
Artiesten die tijdens hun leven al succesvol waren, maar sinds hun vaak tragische en soms zelfs raadselachtige dood, op jonge leeftijd uitgegroeid zijn tot ware legendes.
Kennelijk maakt juist de combinatie van talent en tragiek iemand tot een superster van ongekende vorm.

Tupac & Biggie

De moorden op de concurrerende rappers Tupac en Notorious BIG in 1996 en 1997 zijn nog steeds niet opgelost. De film Biggie and Tupac (2000) geeft een beeld van de rivaliserende rapscene,
(de grote strijd tussen de east- en westcoast) waar de moorden uit voort zouden zijn gevloeid.
Van Tupac doen nog altijd geruchten de ronde dat hij zijn dood in scène heeft gezet en nog leeft.

John Lennon

John Lennon had zijn hele leven gepleit voor vrede en werd daarom als een staatsvijand gezien door de VS.
In zijn Beatles-tijd was hij eigenlijk al een levende legende; solo heeft hij muzikaal niet meer al te veel gepresteerd. Hij zette zich toen samen met zijn vrouw Yoko Ono vooral in voor de vrede. In 1980 werd hij voor zijn huis doodgeschoten.

Elvis Presley

“Elvis is alive”: nog lang na zijn dood meenden fans The King nog te zien.
Hij was ongelooflijk succesvol, heeft vele hits gehad, (waaronder Love me tender en onlangs nog A little less conversation met Junkie XL) en veel artiesten beïnvloed. Hij wordt volop geïmiteerd en zijn huis in Graceland wordt elke dag door duizenden mensen bezocht. Hij is misschien wel de grootste muzieklegende aller tijden.